hjdeuring.nl

HJ Deuring

Crisis treft ook kinderarbeidsmarkt

Aantal werklozen onder 6 tot 14-jarigen stijgt fors

Het internationale werkloosheidscijfer onder kinderen jonger dan 14 jaar is in het derde kwartaal gestegen tot 83,5 procent. Met name kinderen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika worden getroffen door de crisis.

Uit cijfers van Ernst & Young blijkt dat momenteel ruim 1,2 miljard kinderen zonder werk zitten door de mondiale economische crisis. Slechts één op de zes heeft een baan. UNICEF noemt de cijfers ‘zorgwekkend’ en heeft de Algemene Vergadering gevraagd om een financieel noodplan.

Recruiter Pieter Zetbaas begeleidt namens UNICEF kinderen in India en ziet het allemaal van dichtbij gebeuren. Hij noemt een voorbeeld: “Vanochtend had ik een jongetje van twaalf jaar op kantoor. Een vingervlugge, gedreven knul met ruim zes jaar werkervaring bij een grote schoenenfabrikant. Een aanwinst voor iedere industrie, zou je zeggen, maar er is domweg geen werk.”

Ook Marco Borsato, sinds 1998 ambassadeur van War Child, maakt zich zorgen over de verslechterde werkomstandigheden. “In Liberia zijn veel kindsoldaten slecht bewapend als gevolg van de crisis. Dat is onverantwoord. Ieder kind verdient een eerlijke kans, en die krijg je niet als je rondloopt met een sterk verouderde AK-47 die is opgelapt met duct tape.”

Er is echter ook goed nieuws. Ernst & Young verwacht dat de kinderwerkgelegenheid in het eerste kwartaal van 2012 weer wat aan zal trekken. “Met het EK voetbal en de Olympische Spelen in het vooruitzicht zal de vraag naar voetballen, sportschoenen en sportkleding een enorme impuls krijgen.” aldus het rapport.

Het artikel is tevens gepubliceerd door de absurdistische nieuwswebsite De Speld: http://www.speld.nl/2011/12/08/crisis-treft-ook-kinderarbeidsmarkt/

Een brief

Ola roomie,

Je zult wel boos zijn op mij. Terugkomen op onze kamer in het hostel in Buenos Aires en ontdekken dat ik nagenoeg al jouw spullen heb meegenomen. Dat was niet bepaald netjes van me.

Ik heb je verteld over mijn leven als kunstenaar. Het prinselijke leven dat ik leid in Wenen. Of Parijs. Of Wenen. En de koopwoede die ik vaak niet kan onder drukken. Iedere dag moet ik mezelf weer blij maken met nieuwe kleren en geurtjes. En als ik daar geen geld voor heb, ga ik op zoek.

Met jouw creditcard heb ik nog twee leuke dingetjes kunnen kopen, maar direct daarna was deze geblokkeerd. Een tegenslag voor mij. Jouw paspoort heb ik nog niet kunnen verkopen. Maar het scheerapparaat houdt mijn lichaam lekker glad.

Ook ben ik erg blij met jouw laptop, al moet ik zeggen dat hij om de twintig minuten wel wat traag is. Alsof hij dan alle gegevens bij elkaar verzamelt en dit op internet zet. Maar dat kan helemaal niet. Toch!?

En nog excuses voor de ontvreemding van jouw bril en lenzen. Beetje flauw van me om jou visueel gehandicapt te maken, maar wat verwacht je anders van een valse nicht?

Al met al hoop ik dat je genoten hebt van tien dagen Buenos Aires en dat ik je nog eens mag verwelkomen in Argentinië.

Chau!

Angelino

Olé Messi, olé

We zitten ver in de tweede helft. Als een verloren jongetje kijkt hij vanaf het voetbalveld een beetje om zich heen. Hij veegt zijn loopneus aan zijn shirt af en sjokt langzaam terug.

Lionel Messi kan zich voor de rest van de negentig minuten alles permitteren. Hij heeft de wedstrijd immers al gewonnen. Hij heeft met zijn talent Chili volledig op een hoop gespeeld. Met hem speel je met een elftal extra.

In blessuretijd, als de wedstrijd lang en breed beslist is, valt de bal achter de verdediging van Chili. Als een Jack Russell sprint hij achter de bal aan. Een Chileense verdediger probeert hem nog onreglementair te stoppen, maar dat lukt niet.

Messi kan vrij op de keeper afrennen, maar stopt en draait zich wijdgebarend naar de scheidsrechter vragend om een vrije trap. Deze krijgt hij niet, waardoor ook de kans op een vijfde goal is verkeken.

Hij weet dat hij de vrije trap stijf in de kruising had getrapt. Hij wilde het publiek trakteren op een spectaculair doelpunt vanaf twintig meter en niet simpel de keeper passeren en de bal in een leeg doel tikken.

Dat tekent Messi. En zijn talent.

Lang leve Evita

Iedereen kent de naam Eva Perón, maar verder dan dat komen de meeste mensen niet. “Dat is toch die actrice die de rol van Madonna vertolkte in een film? Of was het een musical?”, hoorde ik een man denken terwijl we samen voor haar graf stonden.

Eva Perón – in de volksmond Evita – ligt begraven in Recoleta (Buenos Aires) en is de trekpleister van de begraafplaats. Iedere toerist komt binnen, checkt de plattegrond en gaat op zoek naar nummer 88: Eva Maria Duarte de Perón. Omdat ze vermeld staat onder de D van Duarte, raakt menig toerist in paniek in de veronderstelling dat ze op de verkeerde begraafplaats staan.

Het graf zelf stelt ook al niet veel voor. Het is meer dan Jim Morrison op Père Lachaise, maar uitsluitend de menigte zorgt ervoor dat het opvalt.

Nee, het zijn de andere graftombes die meer indruk op mij maken. Ieder graf heeft zijn huisje en bij sommigen zie je zelfs de kist staan. Met name de grote verschillen vallen me op. Een aantal tombes zijn klinisch schoon, anderen worden gebruikt als voorraadhok voor verfblikken. Eentje is keurig aan kant, maar de schoonmaakmiddelen staan nog op de kist. De man was in 1978 overleden en blijkbaar is de familie het na ruim dertig jaar zat om iedere keer de Jif en Glorix mee te sjouwen.

Voor de idioten die na het lezen van dit artikel nog steeds het gevoel hebben dat het een mooie plaats is om begraven te worden: het graf naast Evita staat te koop. Een snel telefoontje en je hebt een plek voor het eeuwige leven. Of een boedelbox.

Buenos Aires, baby

Reisverslagen hebben de neiging om nogal saai te worden. Een hilarische foto waarbij de hoofdpersoon op een strand hoog in de lucht springt verzacht dit leed bepaald niet. Ik zal daarom mijn artikelen kort en krachtig houden. Met visuele ondersteuning die er toe doet.

Het begon ’s ochtends op Schiphol, waar ik die Joris Linssen een keiharde ‘nee’ in zijn gezicht heb gespuugd. Althans, via zijn schattige assistente. Daarna via São Paulo naar Buenos Aires, waar ik na 22 uur reizen aankwam in het hostel*.

Vandaag heb ik de stad rondgerend*. Hoogtepunt van Buenos Aires tot nog toe? Een vijftigjarige lilliputter met een hazenlip, die nasaal ‘takthi, takthi’ riep, in de hoop dat iemand bij hem in de (aangepaste?) auto zou stappen. Of klimmen.

* voor Ewoud respectievelijk: een halve kilo & snelste ronde in 53:15 min.

Mission: 80 days in South America

De laatste drie maanden van 2011 zal ik spenderen in Latijns-Amerika. Startpunt: Buenos Aires. Eindpunt: Lima. De reis: onbekend.

Ben je benieuwd hoe de Zuid-Amerikanen reageren op mijn komst? Hou dan deze weblog de komende maanden in de gaten.

En voor inbrekers die slim denken te zijn om te profiteren van mijn afwezigheid: mijn huis heeft oppas.

De tien dingen…

De tien dingen die ik heb geleerd van mijn bezoek aan de Dutch Landscapes expositie in The Queen’s Gallery in London.

1. Aelbert Cuyp kon een potje verven. Knap, hoor.
2. Bob Ross was zijn tijd hopeloos ver achteruit.
3. Gedurende de 17e eeuw had Nederland nog bergen. Althans, volgens de schilderijen.
4. Ik kon Wally niet op ieder schilderij terugvinden.
5. Vroeger waren de titels van schilderijen nog beschrijvend. Mountainous landscape with herdsmen driving cattle down the road. Mijn favoriet: Cattle and sheep in a landscape. Is dit wat je er van verwachtte?
6. Een schilderij uit die tijd bevatte altijd ergens een hond. Of een schip. Of een schip met een hond.
7. Als het waar is wat men zegt over suffe mensen, dan zijn museummedewerkers beesten in bed.
8. The Young Thiefs van Paulus Potter (1625 – 1654) is het schilderij met de mooiste levensles aller tijden. ‘Potter’s storytelling is at his best in this scene, with the moralising message not to threaten an animal with young.’ Dat zei mijn oma ook altijd.
9. Mensen kunnen ook schreeuwen als ze fluisteren.
10. Nicolaes Berchem (1620 – 1683) schilderde over Italië, maar was er nooit geweest. De bedrieger.

De ware sporter

Het was voor hem vaste prik op de woensdagmiddag. Met de vriendengroep sporten in Regents’ Park. Vorige week hadden ze gevoetbald. Deze keer gingen ze honkballen.

Hij had geen talent voor sport. Nooit gehad. Zijn vader droomde jarenlang over een zoon die sterspeler was in het eerste team van de plaatselijke voetbalclub. Een zoon die onverslaanbaar was op de tennisbaan. Maar zijn zoon had passie voor dans. Voor musicals. Niet voor sport.

En nu stond hij daar, jaren later, met een honkbalknuppel stevig in beide handen. Het topje rustend op zijn rechterschouder. Hij maakte kleine pasjes en bewoog zijn kaken alsof hij kauwgom in zijn mond had. Zoals de honkballer die hij vroeger eens had gezien, toen hij over de schouder van zijn vader naar de tv keek.

De werper gooide. Hij concentreerde zich met geknepen ogen op de bal die met een boog op hem af kwam. Op het juiste moment zwaaide hij de knuppel naar voren en tot zijn eigen verbazing voelde hij dat hij de bal raakte.

Enigszins in paniek realiseerde hij zich dat hij nu moest gaan rennen. Hij boog door zijn knieën en legde de knuppel met twee handen zachtjes op de grond. Het deed hem denken aan vroeger, aan de momenten dat hij zijn slapende pop zachtjes terug in de wieg legde.

Toen begon hij te rennen. Zo hard als hij kon. Hij waande zich in een uitverkocht stadion. Mensen begonnen te roepen. Mensen begonnen te klappen. En uiteindelijk begon iedereen te juichen. Hij realiseerde dat hij het gered had. Met gebalde vuisten dicht tegen zijn lichaam maakte hij huppeltjes in de lucht en gilde van blijdschap. Met tranen in zijn ogen wist hij het zeker. Hij stond op het eerste honk.

Zijn vader zou trots op hem zijn.

Flip what!?

Gezocht: Asian guy